Ondersteuning school

Alle scholen in de regio willen zoveel mogelijk passend onderwijs bieden. Sommige leerlingen hebben daarvoor extra ondersteuning nodig. Passend onderwijs West-Friesland werkt met de scholen samen om voor zoveel mogelijk leerlingen passend onderwijs op een school vlakbij huis mogelijk te maken.

Zorgplicht scholen

Alle scholen in Nederland hebben ‘zorgplicht’. Dit betekent dat de school alle leerlingen een passend onderwijsaanbod moet bieden. Wanneer ouders bij de aanmelding aangeven dat hun kind extra ondersteuning nodig heeft, gaat de school samen met ouders onderzoeken welke ondersteuning dat is. Daar heeft de school na aanmelding 10 weken de tijd voor. Wanneer de school die ondersteuning niet zelf kan bieden, is zij verplicht om met de ouders op zoek te gaan naar een andere, passende onderwijsplek.

Soorten ondersteuning

Als blijkt dat een leerling extra ondersteuning nodig heeft, kijkt de school eerst wat zij zelf voor de leerling kan betekenen. Welke ondersteuning de school precies kan bieden, kun je lezen in het ondersteuningsprofiel van de school.

Basisondersteuning

Alle reguliere basisscholen en voortgezet onderwijsscholen in West-Friesland kunnen leerlingen basisondersteuning bieden. In het Ondersteuningsplan van de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs West-Friesland kun je lezen welke soorten ondersteuning onder de basisondersteuning valt.

Bekijk het Ondersteuningsplan.

Samen werken aan
samen leren
samenleven

Extra ondersteuning

Als een kind niet genoeg heeft aan de basisondersteuning, dan kijkt de school eerst of ze zelf de gewenste extra ondersteuning kan bieden. Dat doet ze door extra middelen in te zetten of gespecialiseerde kennis in huis te halen. De school kan bijvoorbeeld een leerling extra begeleiden bij lees- of leerproblemen.

Jeugdhulp

Soms heeft een leerling jeugdhulp nodig om tot ontwikkeling te komen op school. In zo’n geval kunnen de gemeente en het onderwijs gezamenlijk ondersteuning bieden. Dat heet een ‘onderwijszorgarrangement’. De noodzakelijke ondersteuning kan worden verzorgd door één of meerdere partijen: de school, het samenwerkingsverband, jeugdhulp en andere langdurige-zorginstellingen. Meer informatie vindt je in de pdf ‘Handreiking en afwegingskader Onderwijszorgarrangementen West-Friesland’

Naar een andere school?

Soms kan een school de ondersteuning die de leerling nodig heeft niet zelf bieden. Dan gaat de school samen met de ouders en het kind op zoek naar een school die dit wel kan. Dat kan een andere basis- of voortgezet onderwijsschool zijn of een school voor (voortgezet) speciaal (basis)onderwijs. Of misschien past een reboundvoorziening of een alternatief traject beter. De school kan hiervoor een consulent van het samenwerkingsverband inschakelen.

Meer informatie vind je op de pagina Welke school?


Kennisbank

Heb je een vraag? Kijk dan of het antwoord op jouw vraag hieronder staat. Je kunt ook de website doorzoeken. Mis je een onderwerp waar je meer over wil weten? Laat het ons weten via: info@passendonderwijswf.nl

Zoeken in website

Iedere school heeft een schoolondersteuningsprofiel. Daarin kun je lezen welke basisondersteuning de school kan bieden. Er staat ook in welke extra ondersteuning de school kan bieden en van welke deskundigheid, voorzieningen en partners een school gebruik kan maken. Je kunt het ondersteuningsprofiel vinden op de website van de school, als onderdeel van de schoolgids.

Sinds 1 augustus 2014 is de Wet Passend Onderwijs van kracht. In deze wet is vastgelegd dat alle kinderen een passende plek in het onderwijs verdienen, op een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Als het kan, gaan kinderen naar een reguliere (basis)school, dichtbij huis. Zo krijgen ze een goede voorbereiding op een vervolgopleiding en op een plek in de samenleving. Ook als leerlingen extra ondersteuning nodig hebben, biedt de reguliere (basis)school dat aan. Het speciaal (basis)onderwijs (s(b)o) blijft bestaan voor kinderen die daar het best op hun plek zijn. Uitgangspunt is dus: regulier als het kan, speciaal als het moet.

Als een leerling extra ondersteuning nodig heeft, stelt de school een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) op. Het OPP is een ontwikkelingsplan dat uit twee delen bestaat: het perspectiefdeel en het handelingsdeel. In het perspectiefdeel beschrijft de school – op basis van de bevorderende en belemmerende factoren van de leerling – naar welk soort vervolgopleiding ze verwacht dat de leerling gaat, bijvoorbeeld: havo, praktijkschool, mbo of een arbeidsplek. Dit heet het ‘uitstroomniveau’.

In het handelingsdeel beschrijft de school welke doelen ze wil bereiken voor de leerling en op welke termijn en welke manier zij deze doelen wil bereiken. Een doel kan vakinhoudelijk zijn, zoals ‘verbeteren leesvaardigheden’, vakoverschrijdend, bijvoorbeeld: ‘werk leren organiseren’ of sociaal-emotioneel: ‘leren samen spelen’.

Het ontwikkelingsplan is onderdeel van het Groeidocument.

Ouders hebben instemmingsrecht op het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectiefplan (OPP). Dat betekent dat de school jouw toestemming nodig heeft voor de ondersteuning die de school voorstelt. Ouders hebben geen instemmingsrecht op het perspectiefdeel en het verwachte uitstroomniveau.

Als de school ziet dat een leerling extra ondersteuning nodig heeft, maakt ze een digitaal dossier aan. In het basisonderwijs heet dat een Groeidocument; in het voortgezet onderwijs gebruiken de scholen hier het eigen leerlingvolgsysteem voor. Het dossier helpt de school in kaart te brengen wat de leerling nodig heeft en de school legt dit vast in het ontwikkelingsperspectiefplan (OPP). De school en de ouders vullen het OPP met informatie over de leerling, de school en de thuissituatie.

Wanneer de school het samenwerkingsverband betrekt, draagt ze informatie over de leerling over via het digitaal dossier. De basisschool gebruikt hiervoor het Groeidocument. De voortgezetonderwijsscholen hebben een koppeling vanuit hun leerlingvolgsysteem met Indigo: de online applicatie van het samenwerkingsverband.

Voor extra ondersteuning van een of meerdere leerlingen, kan de school deskundigen met gespecialiseerde kennis van buiten de school inschakelen. Bijvoorbeeld voor leerlingen met leesproblemen, moeilijk te begrijpen gedrag of voor hoogbegaafde leerlingen. De school kan hiervoor de hulp van het samenwerkingsverband inschakelen.

Om toegelaten te worden op een school voor speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs, praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, heeft een leerling een toelaatbaarheidsverklaring (tlv) nodig. De school vraagt daarvoor bij het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring aan. In die aanvraag moet de school aantonen dat zij er alles aan gedaan heeft om de leerling passend onderwijs te bieden. Twee consulenten van het samenwerkingsverband schrijven vervolgens allebei een deskundigenadvies. Het bevoegd gezag van het samenwerkingsverband beslist uiteindelijk over de toelating.